Uitgebrachte adviezen

Het is de hoofdtaak van de Adviesraad om ongevraagd of gevraagd advies uit te brengen over zaken die in de regio Noardwest Fryslân van belang zijn binnen het sociaal domein.

Een aantal adviezen en reacties op een rij. Overigens is de raad veelvuldig in overleg met vertegenwoordigers van de Dienst Noardwest Fryslân en oefent via die weg invloed uit. De Raad adviseert alleen 'officieel' als dat nodig is. Het gaat om het resultaat. Als dat al is bereikt met informeel overleg, heeft dat evenveel waarde.

Uitgelicht

Al geruime tijd is er binnen sociale diensten aandacht voor de ´omgekeerde toets´. Wat is nu die omgekeerde toets, hoe ziet die er in de praktijk uit en wat kunt u er aan hebben?

 

Wat is de omgekeerde toets?
Kort gezegd: de omgekeerde toets staat voor een andere manier van denken bij het oplossen van een probleem. Stel: u vraagt bijzondere bijstand aan bij de Dienst Noardwest Fryslân omdat u bepaalde kosten heeft die u niet kunt betalen van uw inkomen en waar u ook nergens anders een vergoeding voor kunt krijgen. De medewerker beoordeelt u of u recht hebt op de bijstand die u wilt. Als uitgangspunt kiest de medewerker doorgaans wat daarover in de wet staat. In dit geval is dat de Participatiewet. Soms laat de wet ruimte voor een eigen invulling. In dat geval heeft de Dienst ook eigen regels (beleid) waar de medewerker zich aan te houden heeft. Bij de omgekeerde toets zijn niet de regels het uitgangspunt van de beoordeling maar de bedoeling van de wet. 

In dat geval moet de medewerker in gesprek met u erachter komen waarom u bijstand heeft aangevraagd, wat u precies nodig heeft. U heeft een probleem en u denkt dat u dit kunt oplossen met bijzondere bijstand. De medewerker denkt met u mee over het effect dat u wil bereiken en kijkt dan of dat past binnen het doel van de Participatiewet of van een andere wet als nog meer wetten kunnen worden gebruikt. De omgekeerde toets is dus het oplossen van uw probleem door niet star regels toe te passen, maar door creatief te zijn, door mogelijkheden van de wet zo goed mogelijk te benutten, door durf te tonen. Een beetje: waar een wil is, is een weg. Dat gaat overigens niet altijd op. Soms is de wet zo dwingend dat er geen oplossing mogelijk is. 

Internationaal recht is ook van belang 
Naast de landelijke wetgeving is ook internationaal recht van belang. Hierin zijn vaak uitgangspunten opgenomen die 'doorklinken' in landelijke wetgeving. Bijvoorbeeld het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK). Daarin staan de rechten van kinderen tot 18 jaar beschreven. Zoals het recht op onderwijs, gezondheidszorg en een veilige plek om te wonen en te spelen tot het recht op bescherming tegen
mishandeling, kinderarbeid en de gevolgen van oorlog en seksuele uitbuiting. Het verdrag beslaat op die manier alle domeinen van het leven
waar een kind mee te maken kan krijgen. Het verdrag schrijft voor dat kinderen extra bescherming van de overheid nodig hebben.  Zo is er ook een Europees Verdrag voor de rechten van de mens met algemeen geldende uitgangspunten.

Uitwerking in de dagelijkse praktijk
De omhgekeerde toets is er niet alleen maar voor aanvragen om bijstand maar geldt ook voor hulpvragen in andere 'domeinen' zoals Jeugd en WMO. In alle gevallen ziet het proces er in schema als volgt uit:
De eerste vraag die de medewerker zich stelt, is wat de burger, die hulp heeft gevraagd, wil bereiken en denkt nodig te hebben. In het beste geval leidt dit tot een beschrijving van het probleem, tot afspraken en tot een  een plan van aanpak met een weg naar een oplossing.

De tweede vraag die de medewerker zich stelt is of de beoogde oplossing past bij het doel van de wet die moet worden gebruikt.

In de volgende stap moet de medewerker zich afvragen of het voorgenomen besluit de beste oplossing biedt voor het probleem. Misschien is het beter een andere weg te bewandelen om tot een oplossing te komen. Misschien heeft de hulpvrager helemaal geen hulp van de overheid nodig, maar kan hij zelf tot een oplossing komen. Wat betekent de voorlopig gekozen oplossing voor de burger, voor zijn omgeving? Staat hij zelf wel achter de gekozen weg of is het meer de medewerker die de oplossing juist vindt.

Tenslotte moet er daadwerkelijk iets worden besloten en moet de medewerker bepalen welke wet wordt gebruikt en welke artikelen in de wet en welke ruimte wordt benut.

Een voorbeeld uit de praktijk: naar school of eerst schulden aflossen?
Probleem:
 onderwijs en schuldhulpverlening sluiten elkaar uit
Linda is 19 jaar, volgt een mbo-opleiding en heeft forse schulden. Naast haar opleiding heeft ze een bijbaantje van een paar uur per week in een
supermarkt. Omdat het Linda (en haar ouders), niet lukt om de schulden zelf af te lossen, meldt ze zich bij de gemeente voor schuldhulpverlening.
In het eerste gesprek stelt de schuldhulpverlener al snel vast dat Linda niet in aanmerking komt voor schuldhulpverlening. Haar inkomen is te laag. Ze is dus niet in staat om haar schulden af te lossen. De schuldhulpverlener stelt Linda voor om te stoppen met haar opleiding zodat ze recht heeft op een bijstandsuitkering en meer uren kan gaan werken. Dan wordt ze waarschijnlijk wel toegelaten tot de schuldhulpverlening.

Linda volgt het advies op en stopt tegen haar zin met haar opleiding. Ze meldt zich bij de sociale dienst van de gemeente voor een uitkering.
Ze moet eerst 4 weken zelfstandig op zoek naar een opleiding of werk. Omdat ze geen startkwalificatie heeft, moet ze zich ook melden bij het
RMC (Regionale Meld- en Coördinatiepunt voortijdig schoolverlaters). Het RMC stelt vast dat Linda het beste terug naar school kan gaan. De reden dat Linda is gestopt met school, haar schulden, komt tijdens het gesprek met het RMC niet ter sprake. Nadat de 4 weken verplichte zoekperiode erop zit stelt de sociale dienst vast dat Linda recht heeft op een bijstandsuitkering. Voorwaarde is dat ze zich inschrijft voor een opleiding. Ze ontvangt de uitkering tot ze met haar nieuwe opleiding begint.

Linda snapt er niet zoveel van. Daarom neemt ze maar weer contact op met haar schuldhulpverlener. Die adviseert Linda om zelfstandig verder te
zoeken naar werk of meer uren te gaan werken bij haar huidige werkgever. Inmiddels is Linda 8 weken verder en geen stap dichterbij een
oplossing. Haar schulden en stress zijn alleen maar verder toegenomen.Zo moet ze ook haar lening bij DUO gaan terugbetalen. Linda laat het er niet bij zitten. In overleg met haar werkgever heeft ze kunnen regelen dat ze 24 uur per week in de supermarkt kan werken. Maar met een minimumloon van € 14,70 per uur voldoet ze nog steeds niet aan de eisen voor toelating tot de schuldhulpverlening omdat ze geen
afloscapaciteit heeft. 

Oplossing met de omgekeerde toets: De gemeente verleent bijstand op grond van dringende redenen, zodat Linda kan starten met een schuldhulptraject en haar opleiding kan afmaken.

Stap 1
We willen dat Linda haar schulden kan aflossen. Samen met Linda moet beoordeeld worden wat voor haar de beste weg is om dit te bereiken:
werk of een opleiding. Omdat Linda prima kan leren en gemotiveerd is om een opleiding te volgen, wordt besloten dat onderwijs volgen nu voor
haar de slimste route is.

Stap 2
Het effect dat we willen bereiken draagt bij aan haar zelfredzaamheid. De kans is groot dat ze zichzelf in de toekomst kan redden als ze haar
schooldiploma heeft en haar financiën op orde zijn. Dit past bij de verschillende wetten die hier van toepassing zijn: de Leerplichtwet, de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening en de Participatiewet.

Stap 3
Op de lange termijn is het gunstig dat Linda een diploma haalt. Het vergroot haar kansen op de arbeidsmarkt en daarmee haar mogelijkheden om het op eigen kracht te redden zodra haar schulden zijn afgelost. Investeren in een opleiding zorgt dus voor een zelfredzame
burger en uiteindelijk voor minder maatschappelijke kosten.

Stap 4
Jongeren zonder startkwalificatie die nog onderwijs kunnen volgen, hebben volgens de wet geen recht op bijstand. De reden achter deze bepaling is dat het belangrijk is dat jongeren een startkwalificatie halen. En dat is precies wat we met Linda willen bereiken! Maar om toegelaten te worden tot de schuldhulpverlening en deze tot een goed einde te brengen, is bijstand juist noodzakelijk. Met andere woorden: het effect van de wetgeving is exact tegenovergesteld aan het doel van deze bepaling. In dit geval is het dus te motiveren dat op grond van dringende redenen (staat ook in de wet) toch bijstand wordt verleend. Linda kan dan worden toegelaten tot de schuldhulpverlening en werken aan haar toekomst. Een andere optie is om met schuldeisers af te spreken dat de schulden van Linda worden bevroren voor een bepaalde periode, zodat ze eerst haar opleiding kan afronden. De schuldeisers hebben dan een grotere kans om de openstaande schulden terugbetaald te krijgen. Tot slot kan de gemeente er ook voor kiezen om de schulden af te kopen en deze schuld te bevriezen. De gemeente is in dat geval de enige schuldeiser van Linda.